contact
nieuws
projecten
profiel
biografie

Ask an Architect

©  2013  Paperspace  |
Hans Stotijn Architect
2001
diploma Master of Science,
Architecture, Building and Planning: Technische Universiteit Eindhoven

2001 - 2006
werkzaam als architect/stedenbouwkundige bij Tarra architectuur & stedenbouw

2006 - 2013
- oprichting architectenbureau Hans Stotijn Architect te Utrecht

- architect-lid BNA (Bond van Nederlandse Architecten)

- diverse onderzoeken iov. TU Delft, afdeling Landscape-Architecture/Urbanism

- diverse gastdocentschappen TU Delft, afdelingen Building Technology/Urbanism/Architecture

- oprichter/eigenaar Paperspace Company | architecture by multimedia

- zakelijk partner Het nieuwe aannemen | Koophuismetkansen.nl ism. ir. Ron Vendrig Architect BNA

- bestuurslid Raad van Toezicht Cultuur 19 Leidsche Rijn Utrecht

Hans Stotijn

Foto: Petra Spithoff

Je bent opgeleid als bouwkundig ingenieur/architect. Hoe kijk je terug op vijf jaar werkervaring als architect/stedenbouwer en wat betekent dit voor je eigen praktijk?

Je gaat aan de slag en komt tot de conclusie dat je nog niet zo veel weet. Dit was een grote teleurstelling. Je komt uit een beschermde omgeving die 'universiteit' heet en wordt direct geconfronteerd met de harde werkelijkheid van het beton en de steen. In eerste instantie heb je dan meer affiniteit met de 'abstractere opgave' en gaat aan de slag met stedenbouwkundige studies en analyses alsof je niet weet wat bouwen is. In het begin is dat natuurlijk ook zo. Je hebt nog nooit een baksteen in handen gehad. Maar je hebt een idee over wat architectuur zou kunnen zijn. De ironie wil dat dat ook met die abstractie te maken heeft; ik ben van mening dat stedenbouw en architectuur te veel als gescheiden disciplines worden gezien. Er wordt vaak in de praktijk gevraagd naar specifieke kennis, dus wordt een specialist ingeschakeld. Onzin! Je verliest daarmee overzicht en cohesie. Vanaf de start van een onderzoek dien je te schakelen tussen schaalniveaus en disciplines anders verlies je het gewoon. Die regierol, dat heb ik geleerd en probeer ik in mijn eigen praktijk verder te ontwikkelen zonder het specialisme uit het oog te verliezen.

Je afstuderen had je als onderwerp de Parijse Passage, wat was je conclusie en hoe kijk je erop terug?

De passage is nostalgie. De typologie is achterhaald en het centrum van Parijs is sowieso een heilig verklaard monument: onaantastbaar volgens velen. Ik vond van niet en was op zoek naar een binnenste-buiten keren; dit was het onderwerp van mijn afstuderen. Als je dan iets overhoop gaat halen is het niet altijd even fraai wat je te zien krijgt. In je architectuur moet je dat ook durven te tonen, echter dat wordt niet altijd even goed begrepen. Dat was een les.
Als typologie is de Parijse passage een voorganger van het warenhuis, natuurlijk een fantastisch fenomeen om te bestuderen. Dit heb ik (te) uitvoering willen doen; zowel een gebouw maken als een idee over wonen in de stad en modernisering. Je moet je tijdens zo'n onderzoek beperken en niet te veel hooi op je vork willen nemen. Dat heeft ook te maken met ambitie. Achteraf was het naïef maar zeer waardevol. De thematiek van het verval zal mij blijven inspireren.

Hoe bedoel je dat, verval?


Verval maakt de tijd zichtbaar. Het is een onvermijdelijk natuurlijk mechanisme; een natuurwet bij wijze van spreken. Bij de filosoof Walter Benjamin was het een analytische methode: het stelde hem in staat de verborgen mogelijkheden van de modernisering naar boven te halen. Dat klinkt misschien wat cryptisch maar het is niet anders dan een manier van kijken, het zien van kansen en mogelijkheden.

Je woont in de VINEX Leidsche Rijn Utrecht, een opvallende keuze. Er is veel kritiek, hoe sta je hier tegenover?


De keuze voor Leidsche Rijn had economische redenen. De keuze had ook te maken met de woning. We zochten naar een bijzondere woontypologie, echter het aanbod is schaars. Per toeval kwamen terecht bij dit woonblok dat we kende uit de bladen. We zochten een woning met goede buitenruimte en een slimme plattegrond maar bovenal is de kwaliteit van dit project de stedenbouwkundige opzet; het is een bouwblok met een eenduidige materialisering en structuur met relatief hoge dichtheid. Dit was voor ons doorslaggevend. Wij zitten in een gedeelte met relatief veel hoogbouw. Andere gedeeltes zijn veel kleinschaliger. Leidsche Rijn heeft tijd nodig.

Je werkte in opdracht van de Stichting Apenheul. Hoe komt zo'n opdracht tot stand?

"Men kwam met de vraag of ik wilde kijken naar het functioneren van het restaurant. Er was al contact gezocht met een andere architect maar men wilde een 'second opinion'. Ik ben gaan kijken en ik heb een voorstel gedaan. Dit voorstel bestond uit een verzameling analyses op verschillende niveaus. Het ontwerp was dus eigenlijk samengesteld uit allemaal onderdelen: logistiek, ruimtelijke opzet, uitstraling, inrichting, buitenruimte, terras en materiaal. Het idee van de ingreep vatte al deze onderdelen samen zonder dat het direct een plan vastlegt, het was eerder een soort van schema of blauwdruk. Voor mijn opdrachtgever was dit een nieuwe werkwijze. Hij werd zich bewust van de nieuwe mogelijkheden en kansen die het onderzoek voor hem bood; dit was de basis voor onze professionele samenwerking.

Kun je iets zeggen over hoe je omgaat met kleur?

Zwart, wit en grijs zijn kleuren die neutraliseren; ideaal om een ruimtelijk kader mee te scheppen. De aandacht wordt gevestigd op de voorstelling of het onderwerp binnen het kader. Kleur is in mijn ogen toch meer het gereedschap van een schilder, niet onbelangrijk maar eerder associatief dan elementair. Grijs is de ideale kleur voor ruimtelijke nuances, licht-donker, reflectie. Een vertaalslag naar kleurnuances is voor mij bijzaak. Ik vind het belangrijk om in staat te zijn bepaalde zaken te abstraheren, omdat het je helpt te komen tot de essentie en het naar anderen toe te communiceren. Eigenlijk zou je als architect zoveel mogelijk willen dat je kleur gebruikt in dienst van de ruimte, hetzelfde geldt voor materiaal.

Bedoel je zuiver functionalistisch?


Dat kan, maar die functie kan veranderen. Ik denk dat we die tijd van het zuiver functionalisme gepasseerd zijn; dus ik zou dat willen relativeren. Ik ben dus meer op zoek naar de manier waarop een keuze voor een kleur of materiaal betekenis kan hebben voor de gestelde opgave. Dit zorgt ervoor dat je onbevooroordeeld kunt zijn, dat is belangrijk!
Maar dat zuivere is wel interessant; namelijk de essentie van iets bloot te leggen. Dat is ook bouwen.

Waarom je eigen naam?

Mijn eigen naam legt nadruk legt op 'architect zijn'. Architect zijn als de uitdaging van een zoektocht; de optimale weg vinden in het traject van idee tot bouwwerk. Dit traject is nooit hetzelfde. Je bent dus eigenlijk als architect een soort van detective; je identiteit staat nooit vast! Dat is ironie; daar draait het voor mij om.

Heb je, naast de ontwikkeling van het architectenbureau, nog andere andere plannen?

Dat architectenbureau neemt al behoorlijk wat tijd in beslag. Je investeert in je projecten, probeert er het maximale uit te halen. Daarnaast probeer je ook zo veel mogelijk kennis op te doen. Ik heb nog geen tekenkamer van twintig man die elke dag staan te schreeuwen om werk en dat beschouw ik als een luxe. Ik heb tijd om nieuwe ideeen te ontwikkelen en te koppelen aan de projecten van het bureau. Daarnaast ben ik docent; lesgeven doe ik met veel plezier. Ik leer ook weer van studenten.

Er is sprake van een recessie, hoe ga je daarmee om?

Dat het economisch slechter gaat in Nederland is goed merkbaar in de bouw. Ik hoor veel aannemers klagen; zij bellen mij voor werk. Veel projecten komen stil te liggen, terwijl je eigenlijk als architect denkt: nog even doorzetten en we hebben een mooi project gerealiseerd. Enerzijds is het een kwestie van risico inschatten, anderzijds weet je dat de markt gunstig is om te onderhandelen. Bottom-line is dat je vertrouwen in elkaar hebt. Zonder vertrouwen bouw je niets op, dat hebben de bankiers ons wel getoond. Of zij er zelf iets van hebben opgestoken, wens ik te betwijfelen. Maar laten we vooral optimistisch blijven.

Kun je iets zeggen over de foto's die fungeren als achtergrond op je website?

Bijna alle foto's gaan over architectuur en landschap - plekken die mij inspireren. Niet al die plekken zijn gemakkelijk te bereiken - er kwam vaak een beetje geluk bij kijken. Geografisch kun je ze in drieën delen: Italië, Frankrijk, Engeland. De gemene deler is de confrontatie van ruimtelijke structuren op diverse schaalniveaus: denk bijv. aan gebouw en stad, tuin en landschap, landschap en gebouw.

Grote inspiratiebronnen?

Gerrit Rietveld - hier in het Utrechtse ligt dat voor de hand. Enfin. Als je ziet hoe hij is begonnen; ik denk aan het kantoortje van 3x4m op de begane grond van het Schröderhuis. Dat vind ik fantastisch! Alles is bedacht en ontworpen - hoe groot iets kleins kan zijn. Ik kan iedereen een bezoek aanraden; het is onlangs grondig gerestaureerd. Hij was zijn tijd ver vooruit. Als reactie op de aanleg van de Waterlinieweg zei Rietveld indertijd, 'sloop het huis'. Want het landschap was een essentieel onderdeel van het ontwerp. Door de aanleg van de Waterlinieweg werd het landschap buitengesloten en had het Schröderhuis als het ware zijn bestaansrecht verloren. Het huis staat er gelukkig nog!

Stotijn, familie van?

Enfin. Ja, in zoverre dat Jaap Stotijn de broer was van mijn overgrootvader Han Stotijn.

Tot slot, wat is Paperspace?

Paperspace is letterlijk een afbeelding of eigenlijk nabootsing op een computerscherm van een bouwtekening in het teken- en computerprogamma Autocad. Paperspace is dus in feite een afbeelding van iets dat mogelijk gebouwd gaat worden. In eerste instantie was Paperspace een naam voor een weblog dat ik maakte om ideeën van allerlei aard (dwz. multimedia) over mijn vak een platform te geven. Dit weblog heeft zich getransformeerd tot een concrete visie op het vak architectuur. Zodoende hebben Ron Vendrig en ik besloten Paperspace Company op te richten. Met deze onderneming willen we ons internationaal profileren en de visie van Paperspace concreet in praktijk brengen. De visie is dat (multi)media steeds belangrijker worden in ons leven - voor de wijze waarop wij kijken naar de wereld en de inrichting van onze maatschappij - en dus bij het maken van steden en gebouwen.

Naar boven